Wat er aan vooraf ging........

op 15 april 2003 is er een e-mailbericht uitgegaan naar een flink aantal leden van de Rasclub:

'Beste leden van de Rasclub Heilige Birmanen, gisteren heb ik Anja van Gorkom gesproken, zij heeft mij verzocht om voor de Herplaatsing op de website van de RHB de onderstaande oproep te plaatsen:

Via deze pagina is het gelukt om de Heilige Birmaanse kater van 12 jaar een nieuw tehuis te geven, waar hij alle aandacht, warmte en liefde krijgt die een Heilige Birmaan verdient. En zeker een die al twaalf jaar oud is!
Anja dacht niet dat het mogelijk zou kunnen zijn, maar er is nu een Heilige Birmaan die nog ouder is en die dringend een ander huis zoekt:
vanwege allergie moet een lieve Heilige Birmaanse bluepoint poes, in de ouderdom van maar liefst 16 jaar, verhuizen naar een nieuwe stek. Zij is een fitte en gezonde poes, met een niet al te dominant karakter, ze is echter niet aan honden gewend. Wie gunt deze Birmaan een liefdevolle en veilige oude dag!
Indien u overweegt een oudere raskat een nieuwe kans te geven en u vindt dat deze Heilige Birmaanse dame op leeftijd een fijne en onbezorgde oude dag mag hebben, neemt u dan contact op met Anja van Gorkom!'

Misschien kunnen we met zijn allen proberen Anja te helpen een drama te voorkomen en te zorgen voor een goed tehuis voor deze Heilige Birmaan.

Een van de leden van onze club reageerde onmiddellijk enthousiast op deze noodkreet. De poes kon een paar dagen later worden opgehaald en leeft nu bij haar nieuwe mensen. Onderstaand treft u het verhaal van de Heilige Birmaan Lotje, die op 16jarige leeftijd genoodzaakt was te verhuizen.

 

"Heb je de wolbaaltjes niet bij je?", was vaak de vraag van mijn moeder als ik bij mijn ouders op bezoek ging zonder de katten mee te nemen. In principe geen kattenmens, is mijn moeder in de loop van de tijd behoorlijk gehecht geraakt aan mijn drie Birmanen. Ze voelen zich bij mijn ouders dan ook net zo thuis als bij mij.

Omdat mijn moeder zo gek is met mijn Birmanen, heb ik in het verleden vaker voorgesteld of ze zelf geen kat zou willen. Mijn broers en ik zijn immers het huis uit en ik kon me voorstellen dat ze af en toe wel om wat gezelschap verlegen zat. Hier bracht ze echter telkens tegen in dat een kitten haar te druk was en dat ze zich daarnaast verplicht zou voelen thuis te blijven om de kat gezelschap te houden.

Een beetje teleurgesteld, een nieuwe Birmaan is immers altijd spannend of die nu bij mijn ouders woont of bij mij, bracht ik dan ook regelmatig haar favoriete Birmaan langs voor een logeerpartijtje. De kat werd dan vreselijk verwend en mijn moeder had wat gezelschap overdag.

Zo is het een tijdje lang naar ieders tevredenheid gegaan totdat ik op een dag op het werk mijn privé-mail opende. Er was een mailtje van de webmaster van de Rasclub Heilige Birmanen binnengekomen met een hartverscheurend verhaal over een zestienjarige Heilige Birmaanse poes die in verband met allergie een nieuw huisje zocht. Zonder er al te lang over te hoeven nadenken heb ik de webmaster een mailtje teruggestuurd; dit arme zieltje was dé poes voor mijn moeder.

Natuurlijk heb ik die dag wel even telefonisch overlegd met mijn moeder. Zij was meteen aangegrepen door het verhaal, maar ik merkte dat haar toch iets dwars zat. Na een klein beetje aandringen van mijn kant, kwam de aap uit de mouw: ze was bang dat 'haar' Birmaan dan niet langer bij haar op bezoek zou kunnen komen.

Nog de volgende zaterdag echter, de dag voor Pasen, vond ik mezelf terug in de auto op weg naar het voor ons hoge Noorden om de blue point poes Latifa op te halen. Onderweg hebben mijn moeder en ik nog even met elkaar gebeld en ze verheugde zich steeds meer op haar komst; Latifa zou Lotje worden.

Op de plaats van bestemming aangekomen, trof ik naast de eigenaresse van de poes, haar dochtertje en natuurlijk Lotje zelf, een leeg huis aan. De familie was inmiddels verhuisd en had Lotje vanwege de zware allergie van hun zoontje niet meegenomen. Lotje zelf verscheen boven aan de trap, maar verdween bij het zien van mij meteen weer richting haar krabpaaltje.

Na even gepraat te hebben met de eigenaresse, die het er toch erg moeilijk mee had en zeker wilde weten dat haar meisje goed terecht zou komen, zijn we naar boven gelopen. Lotje liet zich daar graag knuffelen en aanhalen door 'haar' mensen en liet zelfs toe dat ik haar even aaide. Toen ze echter doorkreeg dat haar spulletjes bij elkaar werden gepakt voor de reis naar een nieuw huisje, sloeg het gespin om in geblaas. Ze snapte duidelijk niets van het gesjouw met haar spulletjes en ze wilde ook niets van haar reismandje weten.

Onder luid protest van Lotje ben ik niet lang daarna naar huis gereden. De aanblik van haar oude baasje en dochtertje in mijn achteruitkijkspiegel, die beide in tranen waren, bezorgde mij een brok in de keel; wat hecht je je toch enorm aan zo'n dier en hoe moeilijk moet het voor die mensen zijn geweest om hun levensgezel van 16 jaar voor haar laatste dagen aan vreemden weg te moeten geven. Ik kon niet wachten tot ik thuis mijn eigen Birmanen een flinke knuffel kon geven.

Hun en mijn enige troost echter was de wetenschap dat Lotje bij mijn moeder in een gouden mandje terecht zou komen.

Dat werd ook niet lang daarna bewaarheid. Bij aankomst bij mijn ouders stonden de voerbakjes met haar favoriete brokjes en vlees al klaar. Daarnaast had mijn moeder voor lekker zachte dekentjes en een krabpaal gezorgd.

Lotje trok zich echter al vlug terug in de aanbouw bij het huis; daar kroop ze onder de verwarming om er vervolgens dagenlang zielig mauwend onder te blijven liggen. Drie dagen lang heeft ze zichtbaar gerouwd om het verlies van het voor haar zo bekende huis en de voor haar zo bekende mensen. Het is niet te beschrijven hoe machteloos en verdrietig je je dan zelf voelt! Wij hebben zeker met haar meegeleefd.

Na deze eerste moeilijke dagen werd Lotje wat losser; ze liet zich af en toe in de deuropening naar de woonkamer zien en gromde en blies al wat minder als we tegen haar praatten. Het heeft naar mijn mening zeker geholpen dat niemand heeft geprobeerd haar tegen haar wil te aaien of zelfs maar aan te raken in deze moeilijke periode.

Het duurde daarna ook niet lang of ze verplaatste haar nestje van onder de verwarming in de aanbouw naar onder de vitrinekast in de woonkamer. Daar kon ze iedereen goed in de gaten houden en voelde ze zich toch veilig. Iedereen heeft gedurende deze dagen haar privacy gerespecteerd en haar lekker laten doen waar ze zin in had.

Zo gebeurde het dan ook op een dag, bijna anderhalve week na de voor haar zo traumatische zaterdag, dat ze vastbesloten op mijn moeder afstapte en onder luid gespin liet blijken dat ze graag aangehaald wilde worden. Zelf echter nog niet helemaal aan het idee gewend, bleef ze toch af en toe naar mijn moeder blazen en grommen. Daarnaast was ze door het liggen op de vloer een beetje verkouden geworden, zodat ze bij elk niesje van zichzelf schrok en even uithaalde met haar voorpootje. Daar had ze echter direct weer spijt van en liet dit blijken door uitgebreid 'kontjes' te geven.

Inmiddels is ze bijna twee-eneenhalve week bij mijn ouders en het gaat fantastisch. Lotje heeft het door mijn moeder zo geliefde karakter van haar - nu op een na - favoriete Birmaan: Lotje loopt mijn moeder de hele dag mopperend en pratend achterna en krijgt geen genoeg van de vele liefkozingen die ze daarbij ontvangt. Mijn moeder trouwens ook niet, zij heeft een zacht mandje gekocht voor Lotje dat met katteninhoud en al 's avonds naast haar stoel staat.

Van mijn Birmanen wil Lotje overigens nog niet veel weten. Bij het eerste en tot nu toe enige bezoek liet ze duidelijk blijken dat ze niets of niemand wil delen; ze trok zich onder luid protest terug onder de verwarming in de aanbouw om daar de rest van de middag met een beledigd snuitje te blijven liggen.

Lotje, maar zeker ook mijn moeder, hebben het erg getroffen met elkaar en zijn dan ook continu in elkaars gezelschap te vinden. Er is een wederzijds begrip tussen die twee, waarbij woorden overbodig zijn. Eén ding is zeker: die twee zullen voor de gegeven tijd nog veel plezier aan elkaar beleven!


*****